Jaaroverzicht · 2016
De woningmarkt in 2016
Herstel zet door, vertrouwen keert terug
Drie jaar na het dieptepunt van de crisis voelde 2016 voor veel Nederlanders als een kanteljaar. Niet spectaculair, niet euforisch — maar solide. Huizen werden weer verkocht, prijzen bewogen omhoog en mensen durfden weer te tekenen. Wie in 2012 of 2013 had gezegd dat de markt zo snel zou herstellen, was voor gek verklaard. En toch: het gebeurde.
Een recordjaar in transacties
Volgens cijfers van het Kadaster en CBS werden er in 2016 ruim 214.000 bestaande koopwoningen verkocht — een stijging van meer dan 20 procent ten opzichte van 2015. Dat was het hoogste aantal in jaren. De prijsindex voor bestaande koopwoningen steeg dat jaar gemiddeld met circa 5 procent ten opzichte van 2015.
Dat herstel was niet gelijkmatig verdeeld. In de Randstad, en zeker in Amsterdam, waren de prijsstijgingen flink forser. De gemiddelde verkoopprijs in Amsterdam lag rond de 335.000 euro, en in enkele populaire wijken werd overbieden al snel weer de norm. Buiten de grote steden verliep de opleving rustiger — in krimpgebieden bleef de markt kwetsbaar.
Het vertrouwen was voelbaar maar niet grenzeloos. Kopers waren rationeler dan voor de crisis. Ze rekenden beter, vroegen vaker een bouwkundige keuring aan en maakten gebruik van het groeiende aanbod aan online informatie. De impulsaankoop van vroeger was grotendeels verleden tijd.
De hypotheek: lage rente, strengere regels
De hypotheekrente stond in 2016 historisch laag. Voor een rentevaste periode van tien jaar konden kopers rekenen op tarieven die in veel gevallen onder de drie procent lagen. Die lage rente maakte kopen aantrekkelijker dan huren voor wie het kon betalen, en gaf de markt een extra duw in de rug.
Tegelijkertijd zette de overheid de geleidelijke aanscherping van de financieringsnormen voort. De maximale loan-to-value (LTV) — de verhouding tussen de hypotheek en de woningwaarde — daalde stap voor stap richting de 100 procent die in 2018 definitief werd bereikt. In 2016 gold een maximum van 102 procent. Wie een huis wilde kopen, moest dus steeds meer eigen geld meebrengen voor kosten koper.
De NHG-grens bleef in 2016 gehandhaafd op 245.000 euro. Een eerder geplande verlaging werd geschrapt, wat starters en mensen met een bescheidener budget enige lucht gaf. De Nationale Hypotheek Garantie bood zekerheid aan zowel geldverstrekkers als huizenkopers, en hield een flink deel van de markt toegankelijk.
De hypotheekrenteaftrek werd in 2016 verder afgebouwd voor hogere inkomens. Dit was onderdeel van een langlopend politiek besluit, maar de effecten op het koopgedrag bleven in dit jaar nog beperkt merkbaar.
Regionale tweedeling zet in
2016 was het jaar waarin de regionale tweedeling op de woningmarkt duidelijk zichtbaar werd. In de grote steden — Amsterdam voorop, maar ook Utrecht, Den Haag en Rotterdam — groeide de krapte zienderogen. Het aanbod van te koop staande woningen kromp, de gemiddelde verkooptijd daalde, en voor het eerst doken er signalen op dat starters moeite kregen om voet aan de grond te krijgen.
Op de markt voor sociale huurwoningen stond de druk al langer hoog door wachtlijsten bij woningcorporaties. Nu begon ook de koopsector die druk te voelen. In de meest gespannen gemeenten — met name in de Amsterdamse regio — overschreed het gemiddeld prijsniveau van verkochte woningen in 2016 de piek van vóór de crisis.
In de periferie lag dat anders. Provincies als Groningen, Zeeland en delen van Limburg zagen weliswaar ook meer transacties, maar de prijsontwikkeling bleef achter. De vraag was er aanwezig, maar minder urgent. Investeerders en beleggers richtten hun blik vrijwel uitsluitend op de steden.
Technologie verandert het zoekgedrag
Online huizenzoekers werden in 2016 steeds beter geïnformeerde kopers. Platforms zoals Funda maakten het mogelijk om niet alleen woningen te zoeken, maar ook de buurt te verkennen, vergelijkbare verkopen te bekijken en de marktdynamiek in een straat te volgen. Funda introduceerde in dit jaar een maandelijkse index op basis van zoekgedrag, waarmee het platform een inkijk gaf in de vraagkant van de markt nog vóór transacties werden afgesloten.
Makelaars merkten dat bezoekers bij een eerste bezichtiging al grondig voorbereid waren: gemiddelde verkoopprijzen in de straat, energielabels, WOZ-waarden — kopers hadden het allemaal opgezocht. Dat veranderde de aard van het gesprek en de onderhandeling. De informatieasymmetrie tussen koper en makelaar slonk.
Tegelijkertijd was de online hypotheekmarkt volop in beweging. Vergelijkingstools en online adviesplatforms wonnen terrein. Traditionele bankfilialen speelden nog een grote rol, maar het oriëntatieproces verplaatste zich steeds meer naar het scherm thuis.
Waar 2016 in paste
2016 is niet te begrijpen zonder de jaren ervoor. Na de crisis van 2008 en de lange neergang die volgde — met dieptepunten in transactieaantallen en prijzen rond 2012 en 2013 — begon de markt langzaam te herstellen. Eerst de steden, daarna de rest. 2015 was het jaar van de omslag; 2016 was het jaar van de bevestiging.
Maar het was ook het jaar dat de kiemen legde voor de krapte die daarna zou volgen. Het aanbod groeide niet mee met de vraag. De bouwproductie van nieuwbouwwoningen liep achter op wat nodig was. Investeerders ontdekten de woningmarkt als beleggingscategorie. En de bevolking in de steden bleef groeien.
Terugkijkend op 2016 zie je een markt die zijn balans hervond — maar waarbij de weegschaal al begon door te slaan. Het vertrouwen keerde terug. De uitdagingen voor de jaren daarna waren er al, maar lagen nog grotendeels onder de oppervlakte.