Begrip · woningmarkt

Wat is Box 3? Uitleg en betekenis

17 juni 2026

Box 3: Box 3 is de categorie in de inkomstenbelasting voor vermogen buiten werk en woning — zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning.

Wat is Box 3?

De Nederlandse inkomstenbelasting is verdeeld in drie boxen. Box 1 gaat over inkomen uit werk en eigen woning. Box 2 gaat over aanmerkelijk belang in een bedrijf. Box 3 dekt alles wat daartussen valt: je vermogen aan spaargeld, beleggingen, verhuurde woningen en andere bezittingen — minus eventuele schulden.

De belasting in box 3 wordt niet berekend over wat je daadwerkelijk hebt verdiend, maar over een fictief rendement: de overheid neemt aan dat je een bepaald percentage op je vermogen hebt behaald, en belast dat bedrag. Tot voor kort gold voor spaargeld, beleggingen en vastgoed één gecombineerd fictief rendement. Sinds de uitspraak van de Hoge Raad in december 2021 zijn er aparte percentages per type bezitting gekomen.

In 2025 en 2026 gelden de volgende forfaitaire rendementen:

  • Spaargeld: circa 1,3 procent
  • Overige bezittingen (beleggingen, vastgoed): circa 5,9 tot 6 procent

Over het berekende fictieve rendement betaal je 36 procent belasting. Er geldt een heffingsvrij vermogen van ruim 59.000 euro per persoon (fiscale partners tellen samen). Zit je vermogen onder die grens, dan betaal je geen box-3-belasting.

Wat betekent box 3 als je een tweede woning of beleggingspand bezit?

Voor woningkopers en -verkopers is box 3 vooral relevant bij een tweede woning — een vakantiewoning, een verhuurd appartement of een beleggingspand. Je eigen koopwoning (hoofdverblijf) valt in box 1 en staat dus buiten box 3.

Een tweede woning wordt gewaardeerd op de WOZ-waarde en telt mee als “overige bezitting”. Over die WOZ-waarde rekent de Belastingdienst het hogere fictieve rendement van circa 6 procent. Vervolgens betaal je 36 procent belasting over dat bedrag. Bij een pand met een WOZ-waarde van 300.000 euro zonder andere vrijstellingen kom je daarmee op een belastingbedrag van ruim 6.400 euro per jaar — ongeacht of je het pand daadwerkelijk verhuurt en wat je er netto aan verdient.

Ontwikkelingen: van kerstarrest tot nieuw stelsel

In december 2021 deed de Hoge Raad een historische uitspraak. Het systeem van fictieve rendementen was in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, zo oordeelde de rechter, wanneer het werkelijke rendement lager lag dan het fictieve. Dit zogeheten kerstarrest dwong de overheid tot herstelwetgeving.

Sindsdien gelden aparte rendementspercentages per bezittingscategorie, en kunnen belastingplichtigen tegenbewijs leveren als hun werkelijke rendement lager uitviel. De overheid wilde in 2026 overstappen op belasting over het werkelijk behaalde rendement, maar die datum is verschoven naar 2027. Tot die tijd blijft het fictieve rendement op vastgoed fors hoger dan dat op spaargeld — een relevante kostenpost voor iedereen met een tweede woning of beleggingspand.